Banner
  • Home
  • Oud-Bornego'ers

De held van Breda: Jelle ten Rouwelaar


Ook Jelle ten Rouwelaar, de doelman van NAC, is een oud-leerling van het Bornego College. Begin jaren negentig werd hij op de Beugel opgeleid voor de bouw, maar hij kwam in een andere wereld terecht: die van het profvoetbal. De uit Joure afkomstige doelman keept al een tijd niet onverdienstelijk voor de Bredase eredivisieclub. Hij verbeterde er zelfs het record van NAC’s langst niet gepasseerde keeper (519 minuten). Inmiddels is hij ook twee keer opgeroepen voor het Nederlands Elftal!

Plezier
De Bornegotijd is voor Jelle een periode waar hij met plezier aan terugdenkt. Na de basisschool ging hij eerst twee jaar naar Joure. “Dat was ideaal,” herinnert hij zich. “We gingen met veel klasgenoten naar Bornego in Joure en de locatie lag op een steenworp van mijn ouderlijk huis.”

Brave leerliJelle ten Rouwelaar door Maurice van Steenng
Joure verruilde hij na twee jaar voor de Beugel in Heerenveen, waar hij zich verder ging specialiseren in bouwtechniek. “Op de Beugel ging het prima,” vertelt hij. “Met de jongens uit mijn klas had ik veel lol, we ouwehoerden best veel en kregen leuke opdrachten op school.” Hij omschrijft zichzelf als een brave leerling. “Ik heb nooit rare dingen gedaan. Ik heb nooit gespijbeld en nooit een grote mond gehad.”

Voetbal en school waren ook op de Beugel nog goed te combineren. “Al was het niet zo gemakkelijk als in Joure,” vertelt Jelle. “Ik ging op de fiets naar Heerenveen en meestal fietsten we ’s middags toch aanmerkelijk langzamer dan ’s ochtends,” grinnikt hij. “En dan stopten we vaak ook nog even bij het bakkertje in Oudehaske.” Al met al was het dan snel 16.15 uur eer hij thuis was. Dat betekende snel huiswerk maken, eten en weer trainen bij SC Joure.

Heimwee
Direct na zijn diploma vertrok Jelle naar FC Emmen. “Volgens bepaalde mensen kon ik namelijk wel aardig keepen,” lacht hij. “Ik dacht dat ik in Emmen de meeste kans had om later profvoetballer te worden.” En zo zat hij op zestienjarige leeftijd in een appartementje in Emmen. “Dat was niet altijd even gemakkelijk. Vooral in het begin had ik daar vreselijke heimwee naar vriendjes en familie.”

Veel tijd om daar bij stil te staan had de keeper niet. Naast de trainingen volgde hij ook nog een vervolgopleiding in de bouw. “Ik mocht van mijn ouders wel naar Emmen, maar op voorwaarde dat ik wel naar school ging.” Jelle slaagde en bleef tot zijn 20e bij Emmen.

In de kijker
Hij wist zich in de kijker te spelen van PSV. In 2002 was de overgang een feit. Maar echt aan spelen kwam hij niet toe bij de Eindhovense club. In ruim vier jaar tijd verhuurde PSV hem aan FC Groningen, FC Twente, Zwolle en FC Eindhoven. Uiteindelijk verhuisde hij in 2006 voor een kortstondig buitenlands avontuur naar Austria Wien. Een jaar later werd hij door NAC ingelijfd. Sindsdien gaat het Jelle goed, “heel goed”, zegt hij zelfs. Eind 2008 tekende hij voor vier jaar bij. “Als dat contract is afgelopen, ben ik 33 en dan wordt je als voetballer al weer oud.”

Luxe positie
Hoe het leven er na het voetballen uit ziet; daar maakt Jelle zich nog niet druk om. “Ik zit in de luxe positie dat ik er rustig over kan nadenken. Het liefst blijf ik wel in de voetballerij, want zeg nou zelf: het is niet meer realistisch dat ik weer terugga naar de bouw om muren te gaan metselen.

Zo nu en dan, als hij familie bezoekt in Joure, gaat hij wel eens naar de sportvelden van de plaatselijke SC. “Daar zie ik nog wel jongens die bij mij in de klas hebben gezeten. En iedere keer zeggen ze dan weer: Goh, Jelle wat heb jij het goed voor elkaar!”

De tip van Jelle
“Als je ergens in gelooft, dan moet je er helemaal voor gaan. Werk er hard voor! Die ene kans komt heus een keer voorbij en dan moet je hem met beide handen grijpen. Vroeger lachten mensen mij ook uit als ik zei dat ik profvoetballer wilde worden. Dat willen immers zo veel jongens, maar wie wordt er nu echt profvoetballer? Ik geloofde er heilig in en ben er helemaal voor gegaan.”

Foto Maurice van Steen